Biologische landbouw:
De drie grote verschillen tussen de biologische en de gangbare land- en tuinbouw zijn het verbod op bestrijdingsmiddelen, het verbod op kunstmest en het verbod op genetische modificatie.
Geen bestrijdingsmiddelen
Het bekendste aspect van de biologische landbouw is dat er geen gebruik gemaakt
wordt van chemische bestrijdingsmiddelen. Deze worden in de reguliere landbouw
gebruikt om schimmels, insecten en onkruid te bestrijden, zodat de gewassen
optimaal kunnen groeien en een goede opbrengst opleveren. De biologische landbouw
tracht ziekten te voorkomen door evenwichtige bemesting, goede rassenkeuze en
frequente vruchtwisseling. De lagere opbrengst wordt voor lief genomen.
De rassenkeuze is zeer belangrijk. De boer moet er bij de keuze voor rassen scherp op letten dat zij bestand zijn tegen bepaalde ziektes. Van groot belang voor het voorkomen van ziektes is daarnaast de vruchtwisseling, het principe dat op hetzelfde stuk grond elke periode andere gewassen verbouwd worden. Vruchtwisseling is nodig om ziektes en aantastingen van het gewas via de bodem te voorkomen. In de gangbare landbouw bestaat vruchtwisseling uit het verbouwen van gemiddeld twee andere gewassen voordat het oorspronkelijke weer geteeld wordt. Bij biologische landbouw verschijnen er drie tot vijf andere gewassen op het land voordat het oorspronkelijke gewas weer geteeld wordt. Er is dus meer afwisseling.
Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van biologische plaagbestrijders, gebaseerd op het principe dat elk schadelijk insect natuurlijke vijanden heeft. De eitjes van deze vijanden worden in de kas gehangen of de dieren worden losgelaten. Voorbeelden zijn lokstoffen die de insecten verwarren, of het inzetten van het lieveheersbeestje tegen luis. Onkruid wordt met de hand of machinaal gewied in plaats van de gifspuit te gebruiken.
Geen kunstmest
Voor de bemesting wordt er gebruik gemaakt van natuurlijke stoffen zoals dierlijke
mest, compost en stikstofbindende gewassen. Kunstmest is niet toegestaan.
Genetische modificatie
De maatschappelijke discussie over genetische modificatie, het ingrijpen in
het erfelijk materiaal van planten en dieren om ziektes te voorkomen en oogstopbrengsten
te verhogen, is volop aan de gang. Velen zien er een uitstekend alternatief
voor chemische bestrijdingsmiddelen in. Sommigen spreken zelfs over genetische
modificatie als de oplossing van het wereldvoedselprobleem. Om die reden zijn
veel ontwikkelingslanden voorstander van genetische modificatie. In de biologische
landbouw is het om ideologische redenen niet toegestaan om genetisch veranderde
gewassen te ontwikkelen en te telen. Genetische modificatie wordt beschouwd
als onnatuurlijk en onecologisch. Voor een boer betekent dit dat hij er bij
de inkoop van zijn zaaigoed of pootgoed op moet letten dat het vrij is van genetisch
gemodificeerd materiaal.