Grondgebondenheid
De biologische veeteelt is grondgebonden. Dit in tegenstelling tot de gangbare
veehouderij, waarin veehouders vaak alleen nog maar stallen hebben en geen eigen
grond. In de biologische landbouw moet er een evenwicht bestaan tussen de door
de dieren geproduceerde mest, de benodigde uitloop en de landbouwgrond bij het
bedrijf. Biologische veehouderijen verbouwen vaak hun eigen voedergewassen en
soms ook een of meerdere akkerbouwgewassen. De mest van de dieren wordt gebruikt
voor de eigen grond. Dit betekent dat het aantal dieren in verhouding tot de
beschikbare grondoppervlakten moet staan.
Leefomstandigheden
Het welzijn van dieren - koeien, kippen, geiten, schapen en varkens - komt in
alle aspecten van de biologische veehouderij naar voren. Het aantal dieren per
vierkante meter is minder dan bij de gangbare veehouderij en in tegenstelling
tot die veehouderij beschikken de varkens en koeien over daglicht. De dieren
hebben veel ruimte, hokken met stro en een buitenuitloop. Zij kunnen zich gedragen
zoals dat bij hun soort hoort. Het routinematig verrichten van ingrepen als
het afbranden van de snavel bij kippen en het couperen van de staart bij varkens
is niet toegestaan.
Voeding en medicijnen
Biologisch gehouden dieren krijgen grotendeels biologisch voer. Alleen als er
niet voldoende biologisch voer voorradig is, mag er voor een klein percentage
gangbaar voer bijgekocht worden. Medicijnen mogen in de biologische veehouderij
uitsluitend ter bestrijding en niet ter preventie van ziekten worden toegepast.
Standaardmedicijnen in het voer zijn, evenals groeihormonen, verboden. Het achterliggende
idee is dat de 'biologische' dieren in het algemeen meer weerstand hebben door
het voer dat ze krijgen en doordat ze beschikken over voldoende bewegingsruimte
en frisse lucht.