Het belang van de taillemeting

De omvang van de taille wordt door wetenschappers als een goede voorspeller gezien voor het ontstaan van hart- en vaatziekten, diabetes, hoge bloeddruk en borstkanker. Het vetweefsel in de buikholte blijkt een andere vorm en functie te hebben dan het vetweefsel op andere plekken in het lichaam. Zo bevat het vetweefsel in de buik per gewichtseenheid veel meer vetcellen dan vetweefsel elders in het lichaam. Ook zijn deze cellen actiever betrokken bij de stofwisseling. Bovendien is de bloeddoorstroming in de buikholte groter en kunnen vetcellen in de buik makkelijker vrije vetzuren aan het bloed afgeven.


Niet geschikt voor jongeren en ouderen

Er zijn sterke verbanden tussen de tailleomvang en het risico op het ontstaan van ziekten. Daarom is de meting van de tailleomtrek een goede methode om het risico van overgewicht te bepalen, ongeacht lichaamslengte. Alleen bij mensen onder de twintig (nog in de groei) en boven de zestig jaar (veranderende lichaamssamenstelling) is de tailleomvang minder geschikt. Verder zijn de uitkomsten gebaseerd op metingen bij mensen van Europese origine (het Kaukasische ras). Het is mogelijk dat de uitkomsten bij Aziatische of zwarte mensen iets anders geïnterpreteerd moeten worden. Dat is echter niet bekend.

Interpretatie

De uitkomst van de taillemeting moet als volgt worden geïnterpreteerd:

Vrouw

 
minder dan 68 cm te licht: probeer aan te komen
68-80 cm gezond gewicht: handhaaf dit gewicht
80-88 cm de risicogrens is nabij: kom niet verder aan!
meer dan 88 cm verhoogd risico: probeer wat af te vallen (5-10% van het gewicht)
   
Man  
minder dan 79 cm te licht: probeer aan te komen
79-94 cm gezond gewicht: handhaaf dit gewicht
94-102 cm de risicogrens is nabij: kom niet verder aan!
meer dan 102 cm verhoogd risico: probeer wat af te vallen (5-10% van het gewicht)

Vorige pagina

Klik hier om af te printen.